Wat de Miljoenennota voor uw portemonnee betekent

Hoe pakt 2013 uit voor uw portemonnee? Het ING Economisch Bureau maakte een
inschatting van wat de Miljoenennota voor de koopkracht betekent. Prinsjesdag 2012 is
anders dan anders vanwege de verkiezingen van 12 september. Sommige plannen van
het demissionaire kabinet kunnen nog veranderen, met gevolgen in 2013 en de
jaren erna.

Hogere btw kost 180 euro

Het algemene btw-tarief gaat al in oktober omhoog van van 19% naar 21%. Het lage tarief blijft 6%. De verwachting is dat winkeliers de btw-verhoging niet meteen en niet volledig zullen doorberekenen in de prijzen, uit angst dat klanten zullen weglopen. Het ING Economisch Bureau gaat er vanuit dat de btw-verhoging het gemiddelde prijspeil in 2013 met 0,5% opstuwt. Per huishouden komt dat neer op 180 euro. In 2014 komt daar nog eens 150 euro (0,4%) bij. Uiteraard gaat het hier om gemiddelden: ‘big spenders’ betalen natuurlijk meer btw, mensen met bescheiden uitgaven juist minder.

Gaat de maatregel door?

Met de beperkte tijd die rest tot 1 oktober lijkt het zeer waarschijnlijk dat de btw naar 21% gaat.

Forens fors duurder uit

In het Lenteakkoord is afgesproken dat de onbelaste reiskostenvergoeding van 19 cent per kilometer volgend jaar verdwijnt. Dat betekent dat een modaal verdienende werknemer 42% van zijn vergoeding naar de fiscus ziet gaan. Als hij 14 kilometer van zijn werk woont – het gemiddelde – en met de eigen auto reist, dan scheelt hem dat al snel 40 euro netto per maand. Voor echte kilometervreters kan het wel om een paar honderd euro per maand gaan, zeker als zij in het 52% belastingtarief vallen.

Gaat de maatregel door?

Dat is de vraag. De politieke steun ervoor is namelijk afgebrokkeld en zowel de VVD als de PvdA – de grootste partijen na de verkiezingen – draaien het plan in hun verkiezingsprogramma terug. Maar dan moet de politiek ergens anders 1,3 miljard euro vinden als ze het tekort niet willen laten oplopen. En dat kan ook koopkrachtgevolgen hebben.

Loonstijging deels naar fiscus

De lonen stijgen in 2013 naar verwachting van het ING Economisch Bureau met 1,8%, zo’n driekwart procent minder dan de inflatie. Van de salarisstijging gaat ook een groter deel dan gebruikelijk naar de fiscus. Normaal gesproken bewegen de belastingschijven mee met de inflatie, zodat werknemers alleen door een ‘echte’ inkomensstijging in een hogere belastingschijf kunnen komen. Voor 2013 komt die inflatiecorrectie er niet en worden de belastingschijven bevroren. Dat betekent dat werknemers waarvan het loon precies de inflatie volgt – geen ‘echte’ inkomensverbetering dus – toch nog met extra belasting te maken kunnen krijgen omdat een groter deel van hun inkomen in een hogere schijf terechtkomt. Iemand met een bruto jaarinkomen van 32.000 euro betaalt daardoor 37 euro meer belasting per jaar.

Gaat de maatregel door?

Reken er maar wel op. Over deze maatregel is niet veel te doen geweest en zal waarschijnlijk doorgaan.

Eigen risico naar 350 euro in de zorg

In het Lenteakkoord is afgesproken het eigen risico in de zorg te verhogen van 220 euro naar 350 euro. Dat is 130 euro extra, maar de gemiddelde eigen betalingen zullen met minder stijgen omdat nu eenmaal niet iedereen zijn eigen risico volmaakt. Toch zal het gemiddeld per huishouden al snel om 50 euro extra per jaar gaan. Daarnaast is een eigen bijdrage afgesproken van 7,50 euro per ligdag in het ziekenhuis, gaat de rollator uit het pakket en komt er een eigen bijdrage van 25% voor gehoorapparaten. Ouderen en chronisch zieken zullen hier het meeste last van hebben. Wel is het plan om de laagste inkomens te compenseren.

Gaat de maatregel door?

Dat is niet zeker. Politieke partijen denken erg verschillend over de zorg, ook de twee grootste. De VVD wil bovenop het eigen risico van 350 euro eigen betalingen tot een maximum van 150 euro. De PvdA wil een inkomensafhankelijk eigen risico van gemiddeld 315 euro: lage inkomens betalen minder, hoge inkomens krijgen een hoger plafond. Toch lijkt het ons niet erg waarschijnlijk dat de plannen die er nu liggen voor 2013 nog fors kunnen worden aangepast. Het is redelijk kort dag omdat zorgverzekeraars nog de tijd nodig hebben om hun nieuwe premies te berekenen. Bovendien zou een verlaging van het eigen risico betekenen dat kabinet of Tweede Kamer elders weer 800 miljoen euro moet zoeken.

Stabiele hypotheeklasten

Het ziet er naar uit dat de hypotheeklasten voor bestaande huizenbezitters in 2013 niet zullen veranderen door overheidsbeleid. Afgesproken is namelijk om de aftrek van hypotheekrente voor bestaande gevallen niet te veranderen. Voor starters en doorstromers naar een duurder huis zijn er wel gevolgen. Voor nieuwe hypotheken geldt namelijk dat de rente alleen nog aftrekbaar is als de hypotheek gedurende de looptijd volledig en ten minste annuïtair wordt afgelost. Die ingreep heeft het eerste jaar nog geen invloed op de nettorentelasten, maar loopt in de jaren daarna op. De eerste tien jaar gaat het om enkele procenten, aan het einde van de looptijd gaat het om zo’n 40 tot 50% hogere maandlasten.

Gaat de maatregel door?

Het is niet duidelijk of deze maatregel ook echt doorgang vindt in 2013. De maatregel levert de schatkist in 2013 nog nauwelijks geld op (wel in de jaren erna): 13 miljoen euro. Dat maakt het echter ook makkelijker voor de politiek om de maatregel uit te stellen zonder grote gevolgen voor het begrotingstekort in 2013. VVD en PvdA willen allebei een andere kant op met de hypotheekrenteaftrek, maar zijn het ook ergens over eens. Beide partijen willen de overdrachtsbelasting van 2% afschaffen voor starters. Een wondermiddel is het niet, maar het kan doorstromers helpen eerder van hun huis af te komen.

Huren in ieder geval 2,5% omhoog

Huurders zien hun woonlasten omhoog gaan. Het ING Economisch Bureau verwacht dat de meeste huren per 1 juli zullen stijgen met 2,5%. Daarmee stijgen de huren harder dan de lonen en uitkeringen (1,8%). Plan van het laatste kabinet was al om zogenaamde ‘scheefhuurders’ – mensen met een te hoog inkomen voor een sociale huurwoning – extra huur te laten betalen. Dat zou gaan om 5% extra huurverhoging voor huishoudens met een inkomen boven de 43.000 euro. Het Lenteakkoord breidde dit uit met 1% extra huur voor huishoudinkomens tussen de 33.000 en 43.000 euro.

Gaan de maatregelen door?

Het is onduidelijk of de extra huurverhogingen doorgaan. De 5%-maatregel is al een paar keer uitgesteld en na de verkiezingen kunnen de plannen weer veranderen. Toch ziet het ernaar uit dat de huren in de komende tijd extra omhoog gaan. Inkomens tussen de 33.000 en de 43.000 euro kunnen wat betreft de VVD rekenen op een extra huurverhoging van 3% boven inflatie. Ook de inzet van de PvdA zorgt voor gemiddeld hogere huren.

Nieuwe AOW-er loopt 1000 euro mis

Volgens de plannen in het Lenteakkoord gaat de AOW-leeftijd vanaf 2013 met 1 maand per jaar omhoog. Een alleenstaande die volgend jaar 65 wordt en gelijk met pensioen wil, mist daardoor een maand AOW; ongeveer 1000 euro.

Gaat de maatregel door?

Het is echter geen uitgemaakte zaak dat de hogere leeftijd volgend jaar al ingaat. Hoewel bijna alle partijen op termijn de pensioenleeftijd willen verhogen, willen ze niet allemaal al volgend jaar beginnen. Zo start de VVD het liefst meteen in 2013, de PvdA geeft de voorkeur aan 2017. Het zou kunnen dat ze elkaar in het midden vinden. Verder geldt voor veel gepensioneerden dat hun pensioenuitkering niet zal meestijgen met de prijzen of zelfs in euro’s zal dalen.

Kettingroker er 130 euro op achteruit

Alcohol en tabak gaan in prijs omhoog. Vooral rokers zijn duurder uit. De tabaksaccijns stijgt met 35 cent per pakje sigaretten en 60 cent per pakje shag. Zware rokers die een pakje sigaretten per dag roken zijn daardoor 130 euro per jaar meer kwijt. Bij een pakje shag per week gaat het om 30 euro. De alcoholaccijnzen gaan omhoog met 10% voor bier en 15% voor wijn. Huishoudens die een kratje bier van 24 pijpjes per week consumeren betalen daarvoor 12 euro meer per jaar. Huishoudens met wijnliefhebbers die in totaal 2 liter per week nuttigen, zijn 13 euro per jaar duurder uit.

Gaat de maatregel door?

Dat verwachten wij wel. Accijnzen op genotsmiddelen stijgen al jaren. Accijnsverhogingen zijn doorgaans politiek niet omstreden.

Kosten omhoog, kinderbijslag niet

Normaal gesproken stijgt de kinderbijslag mee met de inflatie. Het vorige kabinet heeft besloten dit in 2013 en 2014 niet te doen. Daarmee blijft de kinderbijslag achter bij de prijzen. Een gezin met twee kinderen onder de 6 jaar gaat er daardoor in 2013 een bedrag van 34 euro op achteruit. In 2014 lopen zij nog eens een dergelijk bedrag mis. Bij oudere kinderen gaat het om meer euro’s. Een gezin met twee pubers mist 45 euro aan koopkracht volgend jaar en een vergelijkbaar bedrag in 2014.

Gaat de maatregel door?

Ja. De bevriezing van de kinderbijslag gaat hoogstwaarschijnlijk gewoon door. De maatregel was al gepland door het kabinet Rutte en de vijf partijen van het Lenteakkoord hebben hier geen aanpassingen in aangebracht.

Na 2013

Voor de jaren na 2013 geldt dat zowel de VVD als de PvdA op het totaal van alle kindregelingen (kinderbijslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag) willen bezuinigen, elk op hun eigen manier. De gemene deler is dat beide partijen in ieder geval inzetten op hogere arbeidsdeelname en daarvoor de kinderopvangtoeslag verhogen. Waarschijnlijk pakken de aanpassingen in de kindregelingen voor werkende ouders per saldo gunstig uit.

Studenten duurder uit

Nog niet in 2013, maar enkele jaren daarna zullen aankomende studenten hoogstwaarschijnlijk veel meer gaan bijdragen aan hun eigen studie. Een sociaal leenstelsel voor de hele studie staat in de plannen van zowel de VVD als de PvdA. Nieuwe studenten krijgen hun beurs dan als lening. Op de koopkracht van de student heeft dat tijdens zijn studie geen invloed, wel betekent het dat studenten na hun studie de lening moeten terugbetalen. Een uitwonende student staat na vier jaar lenen van z’n basisbeurs zo’n 13.000 euro in het krijt. Bij inwonende studenten gaat het om een kleine 5.000 euro. De toekomstige koopkrachtstijging van studenten wordt daardoor gedrukt. Een alternatief is dat ouders die het kunnen betalen koopkracht opofferen door financieel bij te dragen aan de studie van hun kroost. Dat gaat bij een uitwonende basisbeurs om 266 euro per maand. Sparen voor de studie van hun kroost is natuurlijk ook een optie.

Gaat de maatregel door?

Dat lijkt er wel op, want een grote meerderheid is voorstander (VVD, PvdA, D66 en Groenlinks). Invoering kan op zijn vroegst in het studiejaar 2013/2014.

Erop achteruit…

Over de hele linie staat de koopkracht volgend jaar onder druk. Elke groep krijgt wel te maken met tegenvallers. Dat is eigenlijk ongeacht hoe het nieuwe kabinet er precies uitziet, want er is nog maar weinig tijd voor grote veranderingen in 2013. Bovendien, naast overheidsmaatregelen drukt ook de slechte economie de koopkracht. Bij de slappe arbeidsmarkt houdt de stijging van de lonen (1,8%) de inflatie (2,5%) in 2013 niet bij.

De nieuwe Tweede Kamer of het nieuwe kabinet kan maatregelen uit het Lenteakkoord terugdraaien. Toch is het de vraag of de koopkrachtplaatjes daar positiever van worden. Tenzij ze het tekort laten oplopen, moet dan immers ergens anders geld vandaan worden gehaald. En of dat nu door bezuinigingen of lastenverzwaringen gaat, het zal dan in veel gevallen weer de portemonnee van iemand anders treffen.

…of vooruit?

De werkelijkheid is minder somber dan op het eerste gezicht lijkt. De koopkrachtplaatjes zijn ‘statisch’: ze gaan er vanuit dat er niets in de persoonlijke situatie van mensen verandert. Dit terwijl juist die veranderingen gemiddeld een positieve invloed hebben op de koopkracht.

De zogenoemde dynamische koopkracht lag de laatste 10 jaar gemiddeld 1% boven de statische koopkracht. Zo maken veel werknemers jaarlijks een stapje in hun salarisschaal – dat rekent het standaardplaatje niet mee. Werknemers die een nieuwe baan vinden gaan er vaak nog meer op vooruit. Samenwonen is ook een plus voor de portemonnee. De koopkrachtplaatjes gaan uit van de gemiddelde inflatie, maar die valt te ‘verslaan’. Niemand hoeft namelijk precies hetzelfde boodschappenmandje te kopen als vorig jaar. Daarmee komt de persoonlijke inflatie lager uit dan de gemiddelde inflatie die het Centraal Bureau voor de Statistiek berekent. Door zich aan te passen en slim in te kopen, kunnen consumenten dus werken aan hun eigen koopkracht.